| De
veelzijdige opleiding kiest voor de vorming van architecten
die professioneel het verschil kunnen maken omdat ze een academische
onderzoekende instelling
kunnen koppelen aan creatief
ontwerpen.
Ze denken en handelen vanuit een sociale
verantwoordelijkheidszin,
hebben een degelijke cultuurhistorische
kennis en een kritische
instelling, en ze zijn
in staat technologische
innovatie en een milieubewustzijn
met elkaar te verzoenen.
De opleiding biedt daarom een grote
diversiteit van opleidingsonderdelen
aan. Een architect is een veelzijdig academicus die op zeer
verschillende terreinen vakkundig beslissingen kan nemen.
Zijn voornaamste competenties zijn: creatief en onderzoekend
ontwerpen, en verder nauwgezet en doelgericht plannen en organiseren.
De architectuuropleiding is in essentie een ontwerp-opleiding.
Binnen de ontwerpstudio streven de projecten naar een synthese
van alle kennis, inzicht en vaardigheden die de ondersteunende
opleidings-onderdelen aanbrengen uit de domeinen van de beelding,
de cultuur, de bouwkunde en de stedenbouw.
|
|
 
  |
|
| In
de studieopbouw hecht de opleiding groot belang aan de samenhang
en het op elkaar inspelen van de verschillende opleidingsonderdelen.
Vier bureau's en twee studio's verzamelen de inhouden die
in grote mate aan elkaar verwant zijn.
De studio's
van de bachelor en de master omvatten alle opleidingsonderdelen
die zich iedere vanuit een eigen perspectief bewegen op het
domein van de vormgeving
van de ruimte: het ontwerpen en de ontwerptheorieën.
Binnen het bureau
beelding wordt de studie van de vorm, de kleur, de
waarneming en de gevoeligheid voor artistieke expressie ontwikkeld.
Handmatige en computergesteunde voorstellingstechnieken worden
gebruikt als ontwerp- en presentatiemiddel.
Het bureau
bouwkunde ondersteunt de totstandkoming van een concreet
gebouw vanuit het brede domein van de natuurwetenschappen,
de toegepaste, technologische en juridische wetenschappen
en het management.
Het bureau
cultuur verzorgt de humane wetenschappen en het benadert
de architectuur reflexief, conceptueel en kritisch.
Het bureau
mens en ruimte scherpt de gevoeligheid voor een ruimtelijk-contextuele
benadering aan, en onder-bouwt die met historische en actuele
casussen. |
|
De
opleidingsonderdelen hebben een trapsgewijze
opbouw.
Zo ontwikkelen bijvoorbeeld de cultuurwetenschappen
een cultuurhistorisch en cultuurkritisch bewustzijn dat je
toelaat om zowel de geschiedenis als de actualiteit van de
architectuur en de kunsten gefundeerd en methodisch te verkennen.
In het derde bachelorjaar mondt dat uit in een wetenschappelijke
paper over een kunst- of architectuurhistorisch onderwerp.
Binnen het bureau bouwkunde
bijvoorbeeld leggen de exacte wetenschappen het fundament
voor de bouwfysica, de technische installaties en de draagconstructie
die op elkaar steunen. In de ontwerpstudio integreer en synthetiseer
je de kennis, de vaardigheden en de attitudes die je binnen
afzonderlijke opleidingsonderdelen hebt geleerd. |
|
| De
examens over de theoretische
opleidingsonderdelen worden georganiseerd per semester.
De ontwerpen, praktische werken en oefeningen worden telkens
na afloop geëvalueerd.
Voor de ontwerpstudio
van de bachelor en de master en voor en de opleidingsonderdelen
uit het bureau Beelding
geldt het principe van de permanente evaluatie.
De masterproef bestaat
uit het masterproject en de masterscriptie.
De scriptie
wordt opgestart in het eerste masterjaar. Zij wordt begeleid
vanuit één van de bureaus, gecombineerd met
het gevolgde seminarie (cultuur, beelding, bouwkundig concept,
stedenbouw) of vanuit de studio.
Het masterproject
behoort tot het tweede masterjaar. Met het masterproject,
een complexe architecturale en stedenbouwkundige ontwerpopdracht
toon je je bekwaamheid om creatief, zelfstandig en vernieuwend
actief te zijn in het domein van de architectuur. |
|
Met
een brede basisopleiding waarin het ontwerpen sterk is vertegenwoordigd,
zijn de tewerkstellingsmogelijk-heden ruim. Het merendeel
van de afgestudeerde architecten verkiest om na de studies
eerst een stage te volgen van twee jaar. Dat is een wettelijk
vastgelegde stage onder controle van de orde van architecten,
die toegang geeft tot het zelfstandig beroep van architect.
Voor wie andere sporen wenst te volgen is de stage geen noodzaak.
Een beduidend aantal afgestudeerden kiest voor verdere specialisatie
en volgt een master-namasteropleiding in monumentenzorg, stedenbouw,
architectuurwetenschappen, bedrijfskunde, project-management
enzovoort.
Binnen het onderzoek dat aan de opleiding wordt ontwikkeld
in de domeinen Herbestemming en Universal Design, ontstaan
mogelijkheden voor architecten om wetenschappelijk onderzoek
te verrichten en een doctoraat voor te bereiden.
In de beroepswereld is er duidelijk een verschuiving waar
te nemen. De alleenstaande zelfstandige architect ruimt steeds
meer de plaats voor de architect die in teamverband werkt.
Architecten komen zo terecht in grotere ontwerpbureaus of
hebben een leidende rol op diverse plaatsen in het bouwproces.
Anderen vinden een betrekking bij gemeentelijke of hogere
administraties en in diverse dienstverlenende bedrijven of
openbare diensten. |
|