
De problematiek van Universal Design Education is bij uitstek een brede universele materie die het denk- en werkkader en het toepassingsgebied van de 'ontwerper' ver overstijgt. Universal Design, als object van studie en van onderzoek in het kader van probleemgestuurd 'projectonderwijs' in het algemeen en van het academisch gefundeerde architectuuronderwijs in het bijzonder, kent geen enkel bestaansrecht zonder de inschakeling van interdisciplinaire deskundigheid. De interactieve betrokkenheid van de eindgebruiker(s) in gelijk welk ontwerpproces is van essentieel belang. Hubert Froyen (2001) stelt dat bij aanvang van elk ontwerpproces deze vraag voorop moet staan:
"Hoe kan een product, een grafische boodschap, een gebouw, een publieke ruimte enzovoort zowel esthetisch als optimaal bruikbaar zijn voor een zo groot mogelijke groep gebruikers? Volgens hedendaagse wetenschappelijke inzichten kan niet langer een scheiding aangebracht worden tussen mensen met fysieke en/of mentale beperkingen en mensen zonder beperkingen"
In zijn betoog 'Systematische eliminatie van handicapsituaties in de gebouwde omgeving', schetst Hubert Froyen de ontstaansgeschiedenis van Universal Design als een beweging. Hieruit blijkt dat het gaat over een breed ethisch en maatschappelijk probleem van attitudevorming betreffende ontwerpen. Universal Design is dus niet een zoveelste trend of strategie om na te denken over aspecten van menselijke diversiteit, gelijkwaardigheid en ruimtelijke communicatie tussen mensen en ze louter architectonisch of (bouw)-technisch te materialiseren. We vertellen dus niets nieuws als we vaststellen dat bijdragen tot een meer 'inclusief' omgevingsmodel een zaak van en voor iedereen is en dat het een duidelijke verschuiving inhoudt van 'hen' en 'ons' naar 'wij' (moving from 'them' and 'us' to 'we') om het met de woorden van Elaine Ostroff te zeggen.
Ostroff is een van de bezielers van het Universal Design-gedachtegoed en medestichter van het Adaptive Environments Center, Boston, USA.
De praktiserende generatie ontwerpers informeren en permanent vervolmaken is één zaak. De ontwerpers van morgen voorbereiden om menswaardig en deskundig in te spelen op de ruimteclaims van een complexer wordende maatschappij (met onder meer vergrijzing en multiculturalisme), is misschien een van de grootste uitdagingen voor het architectuuronderwijs in de komende decennia. Wil architectuur niet vervallen in een soort van elitair marginalisme (architecture for architects only) waar het overgrote deel van de wereldbevolking eigenlijk geen uitstaans mee heeft in haar gevecht om menswaardig te leven, dan is het hoog tijd dat de architectuur haar maatschappelijke rol als 'ruimtelijk' bemiddelaar (architectuur als cultuurpraktijk) herdenkt en uitdraagt. Straks gaan we in op de wijze waarop Universal Design moeizaam zijn weg vindt naar de architectuurscholen. Maar eerst is het gepast te trachten om tot een gemeenschappelijk begrippenkader te komen.