Naar de inhoud van deze pagina
Startpagina Context Didactisch materiaal Methoden en strategieën Links

Ergonomische benadering

Ergonomie optimaliseert het menselijk handelen en welbevinden en laat ruimte voor menselijke verscheidenheid en voor beperkingen. De term is afgeleid van de Griekse woorden ergon (werk) en nomos (wet, gewoonte, principe, wijze). De wortels van ergonomie als academische en als professionele discipline liggen in de Tweede Wereldoorlog, toen de inzichten uit technologie en menswetenschappen voor het eerst systematisch en gecoördineerd samengebracht werden. Fysiologen, psychologen, antropologen, medici, ergonomen en ingenieurs onderzochten gezamenlijk de specifieke problemen die rezen bij het bedienen van complexe militaire toestellen en procedures, in kritieke omstandigheden en ruimten. De resultaten van deze interdisciplinaire samenwerking waren zo bevredigend en beloftevol dat het toepassingsveld van de ergonomische benadering naoorlogs systematisch verplaatst werd naar de industriesector.

Allerlei factoren spelen een rol in de confrontatie en de interactie tussen mens en fysieke omgeving. Uiteraard zijn de fysionomie en de psychologie van de mens belangrijk. Zijn gestalte en beweging (observeren, interpreteren, reageren, zitten, staan, opheffen, trekken en duwen, draaien) bepalen voor een groot deel hoe hij zich in zijn omgeving voelt. Aan de andere kant staat de fysionomie van de omgeving (morfologie, vorm en maten, klimaat, luchtkwaliteit, geluid, trilling, verlichting, chemische stoffen) en van informatie (visueel, auditief, verschillende media en zintuiglijke waarneming). Deze factoren bepalen in sterke mate veiligheid, gezondheid, comfort en optimaal functioneren in werksituaties en in het alledaagse leven. Ergonomen putten kennis en ervaring uit diverse domeinen en wetenschapsgebieden: anatomie, antropometrie, biomechanica, fysiologie, psychologie, toxicologie, ingenieurswetenschappen, industriële vormgeving, informatie- en communicatietechnologie, management.

Centraal in de ergonomische benadering staat de reële mens, met diverse en wisselende psychomotorische, fysieke, zintuiglijke, mentale, cognitieve vaardigheden en beperkingen. Bij het bedenken van alledaagse objecten en omgevingen voor menselijk handelen worden de ontwerpen optimaal aangepast aan de eindgebruikers, en niet omgekeerd.

Ergonomie van de fysieke omgeving

Ir. Maarten Wijk, toenmalig hoogleraar Toegankelijkheid aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft, publiceerde in het perspectief van Universal Design, een praktisch handboek over de ergonomie van de fysieke omgeving (Wijk en Uten, 2001).

De ergonomische benadering is zeker niet nieuw maar ze wordt weer actueel in het licht van integraal en inclusief ontwerpen voor iedereen, inclusief voor mensen met beperkingen. Maarten Wijk stelt voor om in de interactie 'Mens <--> Omgeving' (bijlage: Mens-Maten-Mogelijkheden) te focussen op relevante omgevingsvariabelen en om vervolgens aan deze omgevingsvariabelen waarden toe te kennen die voldoen aan het meest kritieke gebruik. Deze waarden worden grenswaarden genoemd. (Download MS-Word document, 40 KB)

Hij pleit voor een stapsgewijze aanpak:

  1. Relevante deeltaken inventariseren. Bv. reiken, grijpen, bedienen, duwen, klimmen.
  2. Specifieke gebruikskarakteristieken vaststellen.
  3. Grenswaarden bepalen voor de omgevingsvariabelen. Bvb. Stroef-, vlak- en vastheid.
  4. Waar nodig oplossingen uitwerken voor tegenstrijdigheden

Tegenstrijdigheden kunnen gevolg zijn van:

  1. Tegenstrijdig kritiek gebruik. Mensen met een grote gestalte bijvoorbeeld hebben een andere werkbladhoogte of incheckbalie nodig dan kleine mensen of rolstoelgebruikers.
  2. Tegenstrijdige kwaliteiten. Open interieurs bijvoorbeeld vergemakkelijken circulatie, maar brandveiligheid vereist compartimentering en (brandwerende) deuren.
  3. Ondoelmatige grenswaarden. De oppervlakte van rolstoeltoegankelijke toiletten bijvoorbeeld is driemaal groter dan die van conventionele toiletten.
Terug naar boven